"De bijensite van Wouw"
OOK VOOR EEN LEKKERE POT HONING.
laatste nieuws
Recente Tweets
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Zoekmenu.
5 Wespen en

Wespen.

Wespen een korte inleiding.


Tot de wespen worden alle insecten gerekend uit de orde vliesvleugelen die géén bij hommel of mier zijn. 
Ook zaagwespen worden als aparte groep gezien naast alle andere wespen omdat ze een totaal 
andere fysiologie hebben. 
Wespen vormen dus geen eigen  groep zoals een orde of een familie. Ze zijn een onderdeel van de twee superfamilies waartoe alle wespen behoren, dus ook de mieren, die nauw aan de wespen verwant zijn.

Er zijn veel verschillende soorten wespen.

Enkele voorbeelden zijn:
  • Papier wespen (gebruiken voor de bouw van het nest papier)
              en spelen een rol bij de bestuiving van bloemen en het verdelgen van insecten;
  • Sluipwespen bij de biologische bestrijding van plaaginsecten
  • Galwespen zorgen voor meestal bolvormige vergroeiingen aan bladeren.

Wespen moeten niet worden verward met zweefvliegers.
Zweefvliegen hebben namelijk wel dezelfde kleur en strepenpatroon als de wespen,
dit om zo andere insecten bang te kunnen maken. 
  Wespen kunnen steken, maar zweefvliegen zijn geheel onschuldig.
 
Geplooide vleugelwespen.

De bekendste familie van wespen zijn de geplooide vleugelwespen , vanwege de opvallende kleuren en grootte, de behoefte aan zoetigheid ('limonadewespen') en met name de steek. 
Tot de geplooide vleugelwespen behoren zowel sociale wespen (wespen die in groepen in een nest leven), als solitaire wespen. Geplooide vleugelwespen  worden zo genoemd, omdat ze hun voorvleugel eenmaal in de lengterichting opvouwen. De vleugels lijken daardoor twee keer zo smal. 
Alle wespen met zo op het oog smalle vleugeltjes behoren dus tot deze groep.
Binnen de geplooide vleugelwespen familie zijn er in 
Midden/West Europa twee duidelijke subgroepen (onderfamilies):

 
De namen van de families verwijzen naar het materiaal waaruit het nest wordt gebouwd.

Leemwespen.

De leemwespen zijn in tegenstelling tot de papierwespen solitaire wespen; ze maken hun nest van leem of andere plakkerige aarde. Leemwespen zijn tamelijk klein. De leemwesp is nauw verwant aan de sociale wespen. Andere soorten maken vaak gebruik van bestaande gangen in hout en holle rietstengels.

Sluipwespen.

Sluipwespen hebben een duidelijk zichtbaar uitsteeksel aan de achterzijde, althans de vrouwtjes. Dit is de legbuis. Bij stekende wespen is deze omgevormd tot angel, sluipwespen gebruiken dit orgaan om eitjes onder de huid van een prooi te leggen. Dit zijn vaak andere insecten, zoals bladluizen en met name de larven van insecten, zoals rupsen.
Sluipwespen worden heelveel ingezet in de biologische landbouw met name in de kassen al naargelang de te bestrijden plaag.

Galwespen.

Galwespen leggen eitjes in een blad, waarna door de geïnfecteerde plant een gal wordt gevormd. Gallen zijn zeer veelvormig. Soms zijn ze rond en afgesnoerd, andere soorten maken plaatjesgallen kleine, en platte gallen die weer afvallen nadat de larve is verpopt en uitgekomen. In de herfst zijn de gallen het best te zien, vooral de eikboom is een populaire boom bij veel soorten.

Koekoekswespen.

Er bestaan drie soorten koekoekswespen. De vrouwtjes dringen de nesten van een verwante soort binnen, doden de aanwezige koningin, vreten de eitjes uit het bestaande nest op en leggen vervolgens zelf eitjes in het nest. Door de werking van feromonen worden de werksters aangezet het broed van de koekoekswesp te verzorgen.


Hoornaars.      ( zie ook de aparte pagina)          

De hoornaars zijn van de andere wespen te onderscheiden doordat ze groter zijn en aan de roodbruine kleur die op kop, thorax en poten voorkomt. De andere wespen zijn daar zwart of geel. De Europese hoornaar is de grootste sociale wesp van Europa, waarvan de koningin wel 40 mm lang kan worden. Gemiddeld is de koningin echter 23-35 mm lang. De werksters zijn 18-25 mm lang en de mannetjes 21-28 mm. De mannetjes hebben een lid meer aan hun voelsprieten dan de werksters.

Zaagwespen.

De naam komt van de zaagachtige legbuis van de vrouwtjes. In tegenstelling tot alle andere wespen hebben zaagwespen geen taille en niet gevouwen, vliegachtige vleugels. Zaagwespen vormen een aparte groep naast alle andere wespen, en daarom worden de zaagwespen door sommige biologen helemaal niet als wespen beschouwd. In veel talen wordt deze groep zaagvliegen genoemd.

Graafwespen.

Graafwespen zijn solitaire wespen die nesten graven op zandige plaatsen. Er zijn 'sluipwespachtige' rood/zwarte gekleurde slanke soorten, naast robuuste soorten met de karakteristieke geel/zwarte wespentekening. Er zijn grote soorten tot zeer kleine soorten van slechts 3 mm. Kenmerkend voor alle soorten is de vorm van het eerste segment van het borststuk, dat aan de zijkant niet tot aan de vleugelschubben reikt. De achterkant van het pronotum eindigt aan de zijkant vaak in een knobbel. 
 

 
Een van de graafwespen is de bijenwolf.

De bijenwolf leeft solitair. In Nederland is de soort niet algemeen.
 
Beschrijving.

De bijenwolf is een grote wesp, mannetjes blijven veel kleiner dan vrouwtjes. De kleur is zwart met gele poten en een gele onderbroken band en ring op het achterlijf. De grote kop is duidelijk ingesnoerd en de antennes zijn plat en breed. Overigens is er ook een kever met deze naam maar deze is ovaal van vorm en rood met zwart van kleur en eenvoudig te onderscheiden.

Algemeen.
 
De bijenwolf dankt zijn naam aan het feit dat hij bijen vangt. De mannetjes zijn onschuldige bloembezoekers, die dol zijn op guldenroede. Het grotere vrouwtje echter is in staat met haar gevoelige reukzintuigen een bij van andere insecten te onderscheiden. Als ze een bij heeft gevonden, blijft ze boven de bij hangen tot het juiste moment daar is om aan te vallen. Dan stort de wesp zich op de bij, en met haar poten grijpt ze de bij vast. Gelijk geeft de wesp de bij een verlammende steek, en perst het gif door het lichaam van de bij, waarbij de eventuele nectar ook uit de mond van de bij komt, welke de wesp opdrinkt. Zo legt de wesp een aantal van deze verlamde bijen in haar nest, en legt op één ervan een eitje. Het nest bestaat uit een gang waaraan een aantal kamers liggen, voor iedere larve één. Wanneer het eitje uitkomt, eet de larve de bijen één voor één op . Omdat deze niet zijn gedood maar zijn verlamd, zijn deze nog vers en worden levend gegeten. Het aantal honingbijen bepaalt tevens het geslacht; een of twee bijen geeft een mannetje, bij meer bijen wordt de larve een vrouwtje, deze zijn ook groter.

 
Voedsel.

Plantaardig.

Wespen leven van nectar, honingdauw van luizen, stuifmeel, plantensap, vruchtvlees en sap van rijpe vruchten (peren, pruimen onder andere), maar ook van vloeibare zoete voedings- en genotmiddelen bestemd voor menselijke consumptie (limonade, stroop en dergelijke). Het stuifmeel wordt meestal niet verzameld. 
Sommige wespensoorten beschadigen de planten om bij het sap te kunnen komen.

Dierlijk.

De eiwitten, die de wespen nodig hebben voor de instandhouding van hun eigen lichaam, maar vooral voor de voeding van de larven, worden verkregen door het vangen en consumeren van andere insecten. Dit zijn vooral allerlei vliegensoorten. Daarnaast worden ook volwassen hooiwagens, cicaden en hun larven, evenals onbehaarde of weinig behaarde rupsen, larven van bladwespen, zaagwespen, honingbijen en spinnen gegeten. Ook vers vlees van kadavers wordt gegeten, wanneer de huid al stuk is. Wespen zijn namelijk niet in staat de huid stuk te bijten. Ook vlees uit prullenbakken en zelfs honden- en kattenvoer wordt naar het nest gebracht.
Wespen zijn belangrijke insectenbestrijders. 
 

Sociale wespen.

Levenscyclus.

Sociale wespen bestaan uit een volk met een koningin en een aantal werksters. Een volk leeft maar één jaar en sterft aan het begin van de winter zodra het gaat vriezen. Aan het eind van de zomer, in augustus of september, worden er uit enkele tientallen bevruchte eitjes koninginnen en uit onbevruchte eitjes mannetjes geboren. 
De koninginnelarven krijgen speciaal hormoonrijk voedsel waardoor uit gewoon bevruchte eitjes koninginnen ontstaan. Dit hormoon wordt door speciale klieren in de kop van de werksters gemaakt. 
De mannetjes zijn 15 mm lang en hebben langere antennes dan de werksters. 
Ze sterven vrijwel direct na de paring. Na paring met meerdere mannetjes overwinteren de jonge koninginnen in scheuren, vermolmd hout, onder de schors van een boom, onder mos of op andere beschutte plaatsen, zoals in schuren, muurholten, spouwmuren of onder een dak. De koningin kan in haar winterslaap probleemloos bevriezen en ontwaakt pas als zij boven een bepaalde temperatuur komt die pas in het voorjaar wordt bereikt. 
 
In het voorjaar bouwt de jonge koningin een nieuw nest. De tamelijk grote wespen (20 mm) die in het vroege voorjaar te zien zijn, zijn dus altijd de jonge koninginnen. Deze koninginnen voeden zich in het begin met nectar, en stuifmeel en indien aanwezig ook honingdauw. Ze bouwt de eerst vijf tot tien cellen zelf en legt daar een bevrucht eitje in. Het sperma van meerdere mannetjes dat nodig is voor de bevruchting heeft de jonge koningin vanaf de paring meegedragen. Omdat de koningin eitjes produceert, is de legboor in de plaats gekomen van de angel. De gifblaas is verworden tot opslagplaats van het sperma. Dit zijn ook de redenen dat een koningin geen mogelijkheid heeft tot steken.

Na 7-10 dagen komt de pootloze larve uit het eitje. De larve groeit 1-2 weken en gaat zich dan verpoppen. Vóór het verpoppen spint de larve een papierachtig deksel over de opening van de cel. In deze fase hopen de uitwerpselen zich op in het achterste gedeelte van de darm, die leeggemaakt wordt in de oude larvehuid, als de larve verandert in een zachte witte pop. Na 1-2 weken komt uit de pop de volwassen wesp. De jonge larven worden gevoed met dierlijke prooien, die door de koningin fijngekauwd worden en tot balletjes worden gemaakt. Hieruit komen ongeveer een maand na de bouw van het nest de eerste werksters, die voedsel gaan zoeken en het nest verder uitbouwen. De werksters zijn 10-15 mm lang. De koningin verlaat nu het nest niet meer en legt alleen nog maar eitjes.
 
Nest.

De nesten worden gebouwd in verlaten muizennesten, in de grond, in schuren, muurholten, spouwmuren of onder een dak. Een afgebouwd nest heeft gemiddeld een doorsnede van 20-35 cm en een wanddikte van 2 cm, maar er komen ook veel grotere nesten voor. Vaak zijn er meerdere nestingangen. De nesten worden gemaakt van plantenvezels of droog hout. Dikwijls ziet men wespen aan droog hout knagen. Door de plantenvezels of het hout fijn te kauwen ontstaat er een papierachtige stof.
Soms hebben ze het archief vlak bij de hand. 
De raten worden gemaakt van deze grijze of bruingele stof. De zeshoekige raten zijn altijd omgeven door één of meer ballonvormige omhulsels eveneens bestaande uit hetzelfde papierachtige materiaal. In de cellen van de raat legt de koningin haar eieren. In elke cel één. 
 
Dit wespennest is gevonden en schonken door het Abbeyfieldhuis Roosendaal.
(met dank aan Joyce de Lange.)
De Duitse wesp gebruikt alleen droog, verweerd hout, waardoor het nest er grijzig uitziet. De nesten van de gewone wesp en de hoornaar zien er roodbruin uit. Niet-geverfde vogelhuisjes of schuttingen in de tuin zijn overigens ook geschikt. Vanaf augustus/september begint het nest te vervallen en worden de werksters lastig voor de mens.
 
Meelifters.

De zweefvlieg Volucella dringt wespennesten binnen en legt haar eieren in het nest. 
De wespen verzetten zich niet tegen deze zweefvlieginvasie, omdat de merkwaardige, stekelige larven een zeer nuttige rol als opruimers hebben. De larven leven in de mesthoop onder het nest, waar de dode wespen zich ophopen. 
Ook maken ze de verlaten en vuile cellen van de wespen schoon, 
waardoor de cellen opnieuw gebruikt kunnen worden.
De rupsen van het vlindertje Aphomia sociella leven ook als opruimers in wespennesten. 
Later in het jaar, als het nest achteruit gaat, eten de rupsen echter ook de larven en poppen van de wespen op .


Solitaire wespen. 

Solitaire wespen hebben geen nest en leven alleen, ze kennen geen koningin en er vindt een paring plaats tussen een mannetje en een vrouwtje waarna de eitjes worden afgezet. 
Nadat de eitjes zijn ontwikkeld worden deze vaak een voor een in andere soorten organismen gelegd, meestal planten of insecten, maar ook in slakken, wormen en andere ongewervelde. 
Er zijn ook sluipwespen die op andere wespen leven, en een aantal soorten jaagt specifiek op spinnen. 
De meest tot de verbeelding sprekende soorten komen uit het geslacht Pepsis; deze maken jacht op vogelspinnen. Deze worden ingegraven en de larven eten eerst de lichaamssappen, later pas de vitale organen zodat de spin zo lang mogelijk in leven blijft, en dus vers blijft. 
De meeste soorten sluipwespen eten van plantensappen als nectar, de vrouwtjes echter hebben voor de ontwikkeling van de eitjes vaak extra proteïnen nodig. 
Daarom worden soms ook wel andere insecten opgegeten.
De larven van wespen die binnen in een nestkamer, insect of plant leven hebben een wit, madenachtig voorkomen. Larven die aan de buitenzijde van planten leven zien er uit als rupsen of bij sommige soorten als kleine naaktslakjes.

Wespensteken.

Alléén vrouwtjeswespen kunnen steken. Met wespen moet daarom enigszins voorzichtig omgegaan worden, dit in tegenstelling tot hommels. Hommels proberen te vluchten, tenzij men ze dreigt te pletten. 
Daarentegen kunnen wespen, vooral als hun nest wordt verstoord, agressief worden waarbij ze de verstoorder achtervolgen om deze liefst meerdere keren te steken. Wespen hebben geen weerhaakjes aan de angel en kunnen telkens opnieuw steken. Een steek van een geplooide vleugelwesp is een aantal uren tot zelfs een paar dagen flink pijnlijk, en gaat vaak gepaard met een fikse zwelling ter plaatse, soms ook van een hele arm. 
Dit zijn directe toxische effecten; van echte allergische reacties is pas sprake als er ook niet lokale symptomen zijn als misselijkheid, flauw worden, of jeukbulten of uitslag over het hele lijf. 
Bij een echte allergie voor wespensteken kan gebruikgemaakt worden van een zogenaamde EpiPen. 
Met deze pen kan adrenaline als intramusculaire (in de spier) injectie toegediend worden. 
Adrenaline voorkomt een allergische reactie niet, maar zorgt er voor dat de gevolgen van de allergische reactie beperkt blijven. Gebruik zonder noodzaak is niet geheel zonder gevaar, vooral bij mensen met hartproblemen.

Bestrijding.

De eerste vraag moet luiden: is bestrijding wel nodig? Wespen zijn in het algemeen namelijk nuttige dieren, maar hun aanwezigheid dicht bij mensen kan wel eens ongewenst zijn. Het dichtstoppen van de uitvliegopening(en) van een nest heeft geen zin, omdat de wespen net zolang zullen zoeken of knagen tot ze een andere uitgang hebben gevonden of gemaakt. Soms werkt het zelfs averechts omdat de wespen op deze manier in grote aantallen ook binnen een gebouw terecht kunnen komen.
Wespen kunnen worden bestreden door de uitvliegopening van een nest te bestuiven met een poedervormig bestrijdingsmiddel. Dit middel wordt dan aan het lijf en de poten van de wespen het nest binnengebracht. Hierdoor sterven de larven en komt het volk in de problemen, als ook de koningin sterft is het gedaan met het volk. Er word wel eens gezegt dat een wespenval help, maar hierdoor worden de wespen juist aangetrokken.
Wespen kunnen ook grotendeels op afstand gehouden worden door kruidnagel te gebruiken. Ze hebben een hekel aan de geur van deze specerij. Het beste kunt u buiten kruidnagelolie in een theelicht houdertje verhitten, een aantal kruidnagels in een potje met water neerzetten of wierook met kruidnagelgeur branden.


VERMIJDEN VAN INSECTEN/VOORKOMEN VAN INSECTENSTEKEN

Het is belangrijk dat patiënten met een bijen- of wespengif allergie deze insecten zoveel mogelijk vermijden en voorkomen dat zij worden gestoken. 
 
 
Onderstaande maatregelen kunnen hierbij helpen:
 
Kom bij voorkeur niet in de buurt van bloeiende bloemen of overrijp (afgevallen) fruit en wees voorzichtig bij het plukken van fruit of bloemen.
 
Laat tijdens het eten in de vrije natuur (picknick) geen zoetigheden of vlees(resten) rondslingeren en gebruik een insectenwerende crème of spray voordat u gaat eten.
 
Verplaats geen dikke oude takken of boomstronken aangezien wespen daar hun nest kunnen hebben.
 
Voorzichtigheid is geboden bij het werken in de tuin en tijdens het fietsen! 
 
Bedek het lichaam zoveel mogelijk (bijvoorbeeld door middel van een hoed, handschoenen, een bloes met lange mouwen en lange broek). 
 
Vermijd het gebruik van parfum, haarspray, sterk geparfumeerde zeep, zonnebrandcrème, aftershave of lichaamsverzorgende sprays.
 
Draag bij voorkeur nauwsluitende kleding en vermijd zwarte stoffen en kleurige bloempatronen. Witte, groene en lichtbruine stoffen verdienen de voorkeur.
 
Let er met name tijdens het sporten en spelen in de vrije natuur op dat transpiratievocht stekende insecten aantrekt.
 
Loop buiten nooit op blote voeten. Bijen houden namelijk van klaver en veel wespen leven in de grond. Draag ook geen open schoenen.
 
 
Vermijd snelle bewegingen. Als er een bij of wesp in de buurt is, sla dan niet overhaast naar het insect.
 
Houd de ramen van uw slaapkamer overdag goed gesloten of breng een hor aan 
 
Laat insectennesten verwijderen door een beroepsverdelger.   (SAVER) voor West Brabant.
 
Wordt u ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch gestoken, verwijder de angel dan zo snel mogelijk aangezien er zelfs zonder het insect (met name in het geval van bijen) gif uit het gifzakje wordt "gepompt". Kras de angel met uw nagel of met een mesje weg. Trek de angel niet tussen twee vingers uit de huid omdat het gifzakje dan verder wordt leeg geknepen.
 

 

 

Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld