Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Een bijen sprookje.

ga terug of verder naar:
Bijenmoppen. Limericks. Spreuken. Anekdotes. Gezegden. Gedichten. of een bijensprookje.Sprookje door:Frans van Tongeren BIJENMAN DAAN Er was eens een imker...die Daan heette. Hij had een goudgele, strooien korf vol bijen en zij werkten de hele dag voor hem. Al bij het eerste morgenlicht vlogen zijn bijtjes gehaast de wijde wereld in en bezochten duizenden bloemen. Ze ritselden tussen de bloemblaadjes en zogen zoete nectar op . Het bloemenstuifmeel stopten ze in korfjes aan hun achterpoten. Daan woonde in een zeshoekig huisje dat hij zelf had gebouwd. Het dak was van stro en de muren van hout. De meubels in het huisje waren blinkend gepoetst. Daan wreef ze elke dag op met bijenwas. Op een avond zat hij te lezen in een boek. Bij het licht van een zoetgeurende, brandende waskaars kon hij de letters goed zien. Toen hoorde hij gezoem. Daan keek op uit zijn boek en zag dat hij hoog bezoek had gekregen. Het was de bijenkoningin. Daan sloot het boek voorzichtig, opdat de koningin niet weg zou waaien en keek haar vragend aan. "Hoogheid, waarom heeft U het volk verlaten", fluisterde hij haar toe. De koningin streek behoedzaam neer op de rand van zijn wijnglas en sprak: "Mijn volk lijdt honger. Alle bloemen in de buurt zijn door mijn onderdanen bezocht, maar zij geven geen druppel nectar meer af. Je zult met ons moeten gaan reizen Daan. Je zult op zoek moeten gaan naar nieuwe bloemrijke velden." Daan boog zijn hoofd uit schaamte. "Majesteit", zei hij, "ik werd zo gegrepen door dit boek dat ik niet op de bloemen heb gelet." De koningin vloog op en las de titel van de bundel: 'Drieslag' heette het. "Imker Daan", zei ze, "het zei je het je vergeven!" - De volgende dag stond Daan vroeg op . Het was fris en nog te vroeg voor bijen om uit te vliegen. Hij stopte het vlieggat van de korf dicht met een prop gras en met een juten lap sloot hij de bodem van de korf af, zodat geen bijtje eenzaam achter zou kunnen blijven. Hij sloot zijn zeshoekig huisje zorgvuldig af en legde de sleutel onder de deurmat. Toen nam imker Daan de korf voorzichtig op en ging op reis; de zon tegemoet. Dagen later kwam hij in een land, waar hij nog nooit was geweest. De huizen waren niet zeshoekig, maar rechthoekig en hadden zwarte gordijnen in plaats van kraakheldere witte. In de tuinen hadden de mensen zwarte bloemen geplant. In de gevels van hun huizen waren vlaggen gestoken. De vlaggen waren zwart en hingen halfstok. Daan begreep er niets van. De bijen in de korf waren stil geworden alsof ze begrepen dat er iets heel ergs aan de hand moest zijn. Daan stapte een herberg binnen en bestelde een verfrissende honingwijn. Voor de bijen kocht hij een schoteltje suikerwater, dat hij voorzichtig onder de korf schoof. De diertjes zoemden tevreden. De herbergier vertelde hem dat heel het land in diepe rouw was gedompeld. Een reuze grote beer had de dochter van de koning geroofd en niemand had haar ooit weer teruggezien. Zij was nu al een jaar weg en de koning was wanhopig. Hij had zijn halve koninkrijk beloofd aan degene die de prinses zou terugbrengen, maar dat was nog niemand gelukt. Erger nog..! Alle jonge, moedige mannen die hadden gezocht, waren nooit meer teruggekeerd. Daan dacht hierover na. Hij klopte afwezig op de korf en hoorde getuut. Een zuiver klinkend trompetje! Dat moest de koningin zijn. Alleen zij kon dit geluid maken. De bijenmajesteit wilde hem spreken. Hij liet haar vrij uit de korf en de koningin ging weer op de rand van zijn wijnglas zitten. "Daan, jij hebt met liefde voor mijn volk gezorgd", sprak zij met zachte stem."Wij willen jou nu helpen bij het verlossen van de prinses uit de klauwen van dit roofdier!"Daan was verbaasd over de hulp van de bijenkoningin en ook de herbergier keek met uitpuilende ogen naar deze sierlijke honingbij. Daan nam afscheid van de herbergier en stapte ging naar buiten met de korf onder zijn arm. Buiten de stad gekomen, in het vrije veld, haalde hij de dot gras uit het vlieggat en de bijen stroomden naar buiten. De koningin gaf snelle bevelen. Al na een half uur kwamen de eerste boodschappers terug. Zij gingen nerveus in gesprek met de koningin. De majesteit nam Daan apart en vertelde hem, dat de bijen hun speurwerk goed hadden gedaan. Zij hadden de beer met de prinses gevonden. Het beest had de koningsdochter verstopt in zijn hol, hoog in de bergen. Daan wachtte tot alle speurbijen waren teruggekeerd. Hij stopte het vlieggat weer dicht en ging op pad, met de korf in zijn armen. Tien bijen wezen hem de weg.Het pad naar het ondier was moeilijk begaanbaar, maar Daan zette door. De bijen in de korf zoemden opgewonden en dat gaf hem moed en vertrouwen. Al van verre hoorde Daan de beer woedend grommen.Het ondier had hem zien aankomen en had begrepen, dat dezen jongeling de prinses wilde bevrijden.Daan verlamde van schrik door dit reusachtig monster, maar hij zette door. Zijn bijen zouden hem immers bijstaan. In slingerende gang stormde het beest op hem af. Kwijl droop uit zijn bek en zijn ogen zagen rood van woede. De prinses gilde dat Daan er vandoor moest gaan om zijn leven nog te kunnen redden en toen...trompette de koningin hard en doordringend. "Laat ons eruit Daan," riep ze."Laat mijn volk gaan!" Met een ruk trok Daan de juten lap weg van de bodem van de korf en de bijen wolkten naar buiten. Wel 50.000 strijdbaren verlieten hun woning en maakten een angstaanjagend gegons.Een woeste zee zou niet meer geluid kunnen maken. De beer verhief zich in volle lengte en zijn maaiende klauwen sloegen takken uit de bomen. Als een bruine donderwolk zoemden de bijen om hem heen en staken de beer waar ze hem maar konden steken. Het monster waggelde achteruit en naderde een afgrond. De koningin vuurde haar volk aan. Zij zelf stak de beer in zijn ogen, zodat hij blind werd en het ravijn niet kon zien. Stenen brokkelden af onder zijn zware poten en onder hees geschreeuw stortte het beest de afgrond in. Toen werd het stil... De bijen gingen hijgend zitten op takken en op de jas van de jonge imker om bij te komen van hun verschrikkelijk gevecht. Hun achterlijfjes pompten als machientjes. De prinses snikte zacht. Daan ging naar haar toe en legde zijn arm troostend om haar heen. Het meisje keek hem aan met tranen in de ogen.Nog nooit had de jongeling ooit zulke mooie ogen gezien. Het volk kroop weer in de korf..Daan liep voorzichtig met de prinses naar beneden en hield takken opzij, die haar misschien zouden kunnen zwiepen. Hij hield haar hand vast en hem overstroomde een gevoel, dat zoeter was dan honing.Hij kende dat gevoel niet. Het was liefde. De koning stuurde zijn mooiste rijtuig, vergezeld door wel 100 ruiters, vooruit om Daan en de prinses op te gaan halen. Vanuit zijn paleis was het gegons van bijen en het gebrul van de stervende beer te horen geweest en hij had begrepen dat zijn dochter gered was. Er werd groot feest gevierd. Daan kreeg het halve koninkrijk en de prinses wilde graag met hem trouwen, want ook zij.. was verliefd geworden. De bijen kregen een plaatsje in een tuin vol prachtige bloemen. Imker Daan werd later.. koning Daniël. Hij was heel gelukkig met zijn koningin en immer met zijn bijen en ..als zij niet gestorven zijn, leven zij nu nog! Frans van Tongeren(Imker is zoon Daan nooit geworden, maar een prinses heeft hij wel..Arianne !)

Reacties